dinsdag 18 november 2014

Mama in de kijker

Eigenlijk hoort hier te staan: 'Mama van het jaar', want wat ze zegt slaat nagels met koppen! Ik heb het over Ilse Ceulemans, eindredacteur bij Libelle. Een fulltime werkende mama die het licht heeft gezien... Ze deed haar relaas op www.charliemag.be:

Bron: www.charliemag.be

Is dit dan quality time?
"Nieuws uit Facebookland: sinds een paar weken kun je als kersverse mama je gedachten delen op The gentlemom, een frisse pagina voor en door mama’s die net een kindje hebben gekregen. Het bezoekersaantal groeit véél sneller dan de baby’s waar ze het over hebben, en dat is niet vreemd. Heel wat moeders voelen zich moederziel alleen. Gesloopt door slaaptekort tijdens hun drie maanden zwangerschapsverlof  – haha, dat woord verlof – vragen ze zich wanhopig af hoe al die anderen het doen, die luid lopen te toeteren dat het allemaal zo leuk en intens is, een carrière combineren met kleine kinderen. En dat quality time het sleutelwoord is, in het weekend en ‘s avonds. 
Hm. Dan is het bij mij toch een beetje anders gelopen. Dat verhaal wil ik even delen. Want ik heb een keuze gemaakt die nu, bijna tien jaar later, nog nazindert.
Het gebeurde op een zonnige donderdag ergens in juni. Ik werkte als journalist voor een bekend vrouwenblad en was bezig aan een artikel over de diepzinnige vraag waarom je vaak een prachtige, jonge vrouw aan de arm van een oude vent ziet, maar nooit andersom. Ik was bijna toe aan de wereldschokkende verklaring voor dit fenomeen, toen ik gebeld werd door de kleuterschool van mijn dochter van vijf. Of ik dringend wilde komen. Het ging niet goed met haar.  Nu meteen? Ja, zei de juf. Was ze gevallen, bijna gestikt, had ze hoge koorts? Nee, zei de juf. Maar toch moet je meteen komen, je zal zien waarom. Ik gooide mijn spullen in mijn handtas en snelde naar de school. Toen ik aanbelde en de deur met een licht gezoem openschoof, viel het me op hoe stil het daar was. Het had iets onheilspellends, een school hoort gevuld te zijn met het geluid van vrolijke kinderstemmen. Ik liep haastig de gangen door tot het lokaal van de nabewaking. Nergens zag ik kinderen. Eenmaal binnen leek het of ik in een andere wereld terechtkwam. In een schommelstoel die bij het raam stond, zat de juf, met mijn dochter op schoot. Net een oma met haar lievelingskleinkind. Het zonlicht verlichtte de grijze haren van de juf, en mijn dochter keek me met waterachtige oogjes aan. Van de koorts? Van het huilen?

‘Marieke heeft de hele middag geweend’, zei de juf. ‘Ze heeft een beetje koorts, niet eens zoveel. Maar ze wil je vaker zien. Dat is alles. Daarom heb ik je gebeld.’
Ik ging zitten, mijn dochter kroop bij mij op schoot. En ik wist het even niet meer. Waar haalde deze vrouw eigenlijk het lef om me hiervoor te bellen en mijn werk te doen onderbreken? Ik wilde er iets over zeggen, maar de juf was me voor. ‘Je hebt  het misschien gezien daarnet: de school is leeg. Jij komt altijd als laatste je dochter halen. Ze vindt dat erg.’ Dit maakte me tegelijk kwaad en triest. Waarom was mij dat eigenlijk zelf nooit zo opgevallen, dat wij altijd de laatsten waren om onze dochter op te halen? Maar met welk recht ging de juf zich hiermee moeien? Ik dacht op dat moment nog maar één ding: wegwezen hier. Voor ik nog meer dingen te horen kreeg die mijn wereld meer deden daveren dan de vraag over oude mannen en knappe vrouwen die een uur eerder nog al mijn aandacht had opgeëist.
Om een lang verhaal kort te maken: mijn dochter bleek een ‘stille longontsteking’ te hebben. Een longontsteking zonder hoesten. Best wel gevaarlijk, vooral omdat je het niet snel in de gaten hebt.  Ze moest veertien dagen thuisblijven. Ik nam twee weken vakantie.
Na die veertien dagen ben ik nooit meer fulltime gaan werken.
Dat is nu bijna tien jaar geleden. Ik heb die keuze gemaakt vanuit mijn hart. Heel plots, heel instinctief. Niet om wat de juf had gezegd. Wel omdat ik het al veel langer wist, maar niet wilde toegeven: een fulltime job combineren met een gezin, ik kon het niet. Of nee, ik moet hier toch nuanceren: ik kon het wel, maar het was niet gezellig. Het had niets meer te maken met de droom die ik ooit had. Ik zou een warme moeder zijn, we zouden elke dag heerlijk eten, mijn kinderen zouden altijd zoetjes braaf zijn. De realiteit was: ik was doodop. En samen met mij was iedereen bij ons thuis moe. Zelfs te moe om in te zien dat we dit moe waren.

Dus ging ik halftime werken. Zelfde job, maar ik schreef minder artikels. Ik was bang dat we het financieel niet zouden aankunnen, maar dat bleek niet nodig. Wie minder gaat werken, zal het beamen: je maakt meer zelf, je hebt minder nodig. Het scheelde haast niets. Echt.
Toch is dit geen verhaal dat zomaar een goede afloop kent.  In de jaren waarin ik tijd had om na te denken over de balans tussen carrière en gezin, is me één ding duidelijk geworden: we staan een heel eind wat de emancipatie van de vrouw betreft, maar we staan eigenlijk nergens wat de emancipatie van moeders betreft.
Er is geen plan. Je moet kiezen. En wie kiest, verliest. Dat is de weg die je als jonge moeder te gaan hebt. Het is zoals de Franse feministe en historica Yvonne Knibiehler zegt: ‘Tijdens de tweede feministische golf, in de jaren ’60, kwam het erop aan dat vrouwen zich professioneel konden ontplooien. Om dat te bekomen, moesten vrouwen ontkennen dat moederschap iets is wat tijd in beslag neemt. En daar zijn we in blijven steken.’
Het is taboe om als jonge vrouw met een masterdiploma op zak te zeggen dat je graag thuis bent, bij je kinderen. Je bent in de ogen van anderen al gauw iemand die ‘zich heeft laten doen door haar man’, iemand die niet geëmancipeerd is. Maar daar had dit niets mee te maken. Uiteraard moeten vaders ook hun rol opnemen, maar hoe koppels de zorg verdelen, dat is een andere discussie.
Ik had in elke vezel van mijn lijf het gevoel dat ik niet de moeder was die ik wilde zijn. Mijn ambitie reikte verder dan ‘ik wil een toffe job’. Ik wilde een leven, geen loopwedstrijd. Ik vind dat verlangen niet ongeëmancipeerd, integendeel. Feministisch zijn, is je eigen keuzes durven maken, hoe die er ook uitzien.

Ik heb dus tijd gekocht. Dure tijd. Niet alleen om te zorgen, ook om na te denken. Gaandeweg kwam ik tot het inzicht dat je kinderen opvoeden eigenlijk niet als een levenslang project moet zien. Kinderen zijn maar een dikke 15 jaar dicht bij jou. Laten dat nu toch vaak net díé jaren zijn waarin de meesten ook nog hard aan hun carrière timmeren. Wat een slechte samenloop van omstandigheden. Hoe meer ik afstand nam van de hele situatie, hoe vreemder ik dit eigenlijk vond. En hoe meer ik dacht: we moeten dit herbekijken.
Ik kreeg een idee. Ik denk dat we moeten evolueren naar een tijd waarin elke vrouw voor zichzelf  een 45-jarenplan maakt. Een volledige loopbaan zal straks gemiddeld 45 jaar duren. Die 45 jaar moet je opdelen, naargelang je levenskeuzes (een relatie of niet, kinderen of niet, enz). Ik geef mezelf even als voorbeeld:
45 jaar in totaal:
• eerste schijf van 15 jaar: de groeifase – tussen 22 en 37 jaar
Vanaf mijn 22ste heb ik mijn weg gezocht als journalist, op mijn 31ste en 34ste kreeg ik twee kinderen.
 tweede schijf van 10 jaar: de denkfase  – van 37 tot 47 jaar
op mijn 37ste ging ik deeltijds werken. De tijd die overblijft, dient enkel om te zorgen dat iedereen rondom mij maar ook ikzelf gelukkig ben. Niets moet, alles kan. Zo komt er lucht in mijn hoofd, voor nieuwe ideeën.
 derde schijf van 20 jaar:  de vliegfase – van 47 tot 67 jaar
De kinderen zijn groter, in deze periode moet ik de gedachten van de voorbije tien jaar vorm geven.  Teruggeven aan de maatschappij wat ik heb gekregen: tijd, warmte, mildheid, overzicht en vooral: inspiratie. Ik noem het de ‘vliegfase’ omdat je opnieuw je vleugels uitstrekt, maar ook omdat je kinderen stilaan het nest uitvliegen en jij gewoon met hen meedoet en ook nieuwe wegen opzoekt.
Dit 45-jarenplan is eigenlijk een aflossing van de wacht. Moeders die dat willen, krijgen de kans om een soort van deeltijdse ‘family sabbatical’ te nemen, terwijl de jonge wolvinnen die (nog) geen gezin hebben, de fakkel van hen overnemen, samen met de veertigplussers die niet meer zo hoeven te zorgen voor hun gezin.
Het is geïnspireerd op andere culturen, waar moeders die net kinderen hebben gekregen, geholpen en gesteund worden door andere vrouwen.
En het is ook een tegengif tegen de vreemde manier waarop soms naar vrouwen wordt gekeken die in de menopauze zijn aanbeland. Veertigers zijn straks de reddertjes van onze samenleving, let maar op.
Ik hoor in de verte al roepen: ‘Jij denkt toch niet dat jij na jaren deeltijds werken de leuke jobs in je schoot geworpen gaat krijgen? ‘ Inderdaad, zo makkelijk zal dat niet gaan, want dit idee gaat uit van solidariteit, en in onze kapitalistische samenleving is het ‘ieder voor zich’.
Toch geloof ik in mijn experiment, ook omdat het in onze natuur zit. Gynaecologe Ingrid Theunissen zegt in Marie-Claire: ‘In de menopauze maken vrouwen meer mannelijk hormoon aan waardoor je energieker en ondernemender wordt. Het is hét moment voor vrouwen om hun leven en hun carrière opnieuw in handen te nemen.’

Of we betogen of niet, we zullen allemaal langer moeten werken. Mannen en vrouwen, moeders en niet-moeders. Dat is eigenlijk niet zo erg. Wat wél erg is, is dat we dat niet kunnen blijven doen aan het ritme van vandaag. Als je alle moeders fulltime doet werken, hol je de maatschappij van binnenuit uit. Dan worden onze kinderen kleine Mariekes met onzichtbare longontstekingen die niet verzorgd worden. En waar de staat dan weer dure ziekenhuiskosten voor moet betalen. Dan worden heel wat werkende moeders wandelende wrakken en mag de staat de burn-outs betalen.
Ik denk dat het meer moet aangemoedigd worden om menselijke keuzes te maken. Kijken naar wie wannéér werkt. Alles draait om timing. Geen timing van week tot week, maar timing van een heel leven. Zet de klok gelijk met je hart.
Waarom zou die kwetsbare groep jonge ouders nog méér onder druk gezet moeten worden? Geef ouders toch de kans om vanuit hun hart te kiezen. Laat moeders een plan opstellen. En omarm ze, als ze als rijpe, milde en wijze vrouwen aan fase 3 beginnen. Je zult zien: het loont. En wat nog meer is: onze kinderen zullen u dankbaar zijn."

Wat een goed plan lijkt me! We kunnen er al eens beginnen over nadenken...

X

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen